zondag 9 januari 2011

Ode aan de Paddentrek



Elk voorjaar trekken wij er op los als gekken,
wij willen de vrouwtjes o zo graag ontdekken.
Met een blik oneindig zijn we druk in de weer,
letten daarbij niet goed op het andere verkeer.

We liggen vast  op koers, niemand houdt ons tegen,
We zitten heus niet om een goed gesprek verlegen.
Geen meter of geen stap doen wij op zij:
dat  moeten anderen maar doen, niet wij!

Wij trekken,ja, wij  gooien alle remmen los,
op de openbare weg en door ‘t donkere bos,
trekken wij langs pad en over autowegen;
Wie weet, komen we er ons vrouwenpadje tegen!

Op weg naar de vrouwen zien we geen gevaren.
We trekken aan de touwtjes, willen enkel paren.
En halen we wij eindelijk ‘ t begeerde doel,
Dan gaan we beesten, wordt ‘t een wilde boel.

Tenslotte is het maar een korte vreugd,
en vraag je je af:’  is dat gedoe het nou,
in de modder hier met die paddenvrouw,
had ik me daar nu thuis zo op verheugd……’

© c.u.

5 opmerkingen:

Jan de Stripman zei

Ziet er goed uit, Cor !

Ron Roelandt zei

De padden trekken erop uit. Zouden het VK-padden zijn? ;-)
Leuk, Cor. En zoals de Stripman al zei, het ziet er goed uit.

Antoinette Duijsters zei

Leuk.

Athy zei

emmers vol padden plukten wij van het fietspad en nog was het slalom rijden wanneer ik dat pad gebruikte waar het voor bedoeld was.Nu zijn de fietspaden ingebakerd door hoge muren en is er geen pad meer te vinden.ja, een handvol in mijn tuin.ik koester ze.

Athy zei

zo stevig als een gezonde pad.