vrijdag 15 september 2017

Arboretum



 

Bomentuin


In het arboretum leid ik mijn geliefde rond.
Een goed verhaal het wil niet van de grond.
Het gesprek komt uit de lengte of de breedte
Ze zegt: oom Jo had een hond die Tiras heette

Kijk,wijs ik,dit hier is de tulpenboom.
Ze noemen hem ook wel magnolia.
Afwezig luistert zij naar mijn ge- boom.
Gezellig, zegt ze, een hond, en dan o ja,

Li- ri-o-den- dron; ze telt lettergrepen
en knabbelt wat aan chocoladerepen.
Een blonde minnares met bruine ogen.
Ze luistert naar me zonder mededogen.

Soms spreekt ze peinzend als een filosoof
zodat ik aan diepgang bij haar woord geloof.

©c.u

Hamamelis Virginia


De toverhazelaar ze leeft zich uit en.
trekt zich van de winterkou niets aan.
Als jij na die bevlogen herfst besluit
dat ik net als voorheen alleen zal staan.


Nu wandel ik op stil berijpte winterdagen
met de hond en zet het voorbije op een rij.
Eerste ogenblikken die toch nooit vervagen,
herinneringen en weemoed ze zijn vogelvrij.

Zoals de sprookjes hazelaar als ‘t vriest
voor later bloei haar egelstelling kiest
bewoon ik onvrijwillig mijn ivoren toren.

Maar tijdelijk en bedacht op sporen
met na de winter sluimer warme groei
van vertrouwde nieuwe vreemde bloei.

©c.u.

vrijdag 8 september 2017

het liedje van de rozen





Haar witte bloemen hadden de geest
gegeven: het was wel mooi geweest.
Wat bleef; een geur aan eerder dagen,
de tijd van onuitgesproken vragen.

Vergankelijkheid in een vaas geschikt
Het verlangen dat haar wonden likt.
Eens was diep herkennen nog ’t meest
een ingetogen en aandachtig feest.

Ze zat voor hem op school en de rozen
van haar witte trui schenen als de zon.
Waarom had het lot toch haar verkozen,
wilde het samenbrengen wat niet kon.

Zij verlangde steels naar ’t verre licht,
hij dacht aan zijn levenslang gedicht.

©c.u.

vrijdag 5 mei 2017

Inval






Zij verdween als  sneeuw voor de zon
uit m ’n woelige gedachten, hoe kon ik ‘t
ook verwachten, de tijd ging slordig met
ons om, de dagen dat ze mij zo vervulde.

Ze was uit het zicht van mijn buitenbinnenwereld
Ik zocht overal; in 't groen gras of in een onderwal.
Er waren tijden dat ze, als ik even keek, verscheen.

Wat is een uur of dag, een onbeschreven blad
waarop de wind vluchtig het verhaal  vertelt
dat ze was: een bladzij poëzie en  ik een slordig
proefveldje vol met doorhalingen of fouten.

Tijd is de afspraak van iets wat nooit komen gaat.
Een jaar overviel ze het huis van mijn gedachten,
bij dag en nacht deed ik gretig de voordeur open:
zij immers zou mijn zoekend bestaan verzachten.
                                                           
 (voor Jenny of hoe ze verder ook heten mag)
©c.u.

donderdag 4 mei 2017

Aanvankelijk





In de morgen ga ik beginnen
opstaan wassen  aankleden
al doende verschuift het heden
verplaats ik ijverig ‘t  verleden
beginner ben ik zo iedere dag

Na de  boterham  + bloeddrukpillen
begint de dag met  een frisse krant:
voetballen  een stadion met gedichten,
de meeste  het lezen niet de moeite
soms bij de uitgang nog verrassend

De middag verzandt in een hazenslaap
daarna is er thee en tv met wat eten wij
vandaag het omroepduo kakelt lustig om
zich heen een kring van opgedofte lieden
die uiteindelijk ook geen uitkomst bieden.

Het is opstaan vallen en opnieuw zonder eind
al zetten we de klok een uur achter- of vooruit.

©c.u.

dinsdag 2 mei 2017

small talk





Praatje

Kijk ginder staat een boom een populier
Zeker dat hebben we toch afgesproken
Dat hij daar staat Nee dat het een boom is

Een stukje naar links heb  je dezelfde
Dat zie ik anders die is veel minder
om van  de twijgen maar te zwijgen
ze heeft  krullen en kromme benen
Wist niet dat een populier vrouwelijk

Laten we nou even geen ruzie maken
ieder mag  gewoon zijn eigen boom
Ik zal het je uitleggen  heb je nog  tijd
Nee die glipt me weer  door de vingers
die tweede denk ik is een ratelpopulier

Was ik zo’n zilveren blaadje in de lucht
 Dan zou de wind me ver en hoog  dragen
 Niet sentimenteel of  filosofisch worden
dat kunnen we er vandaag niet bij hebben.

©c.u.