vrijdag 19 januari 2018

Sein op rood





Er mag dus niet van mij
gehouden worden zei ze
‘t moet nu afgelopen zijn;
het bloemenmeisje van
perron 7 waar elke dag
m’n reis eindigde en begon.

Eens zat ze in dezelfde klas
de tijd dat alles nog zo mooi
 en ook onvoorspelbaar was
‘t bloemenmeisje bij de trein
die vertrok van het 7e perron

Vroeg in de morgen begon
daar haar snijbloem- leven
maar niemand mocht meer
had ze me zakelijk uitgelegd
wat kwam er van ons terecht

Misschien kon een storm nog
Als toen wat vertraging geven
ging er weer een wissel om en
schonk ze ‘t sein van lentegroen.
©c.u.

dinsdag 16 januari 2018

Vanavond is de stad weer iets rijker




Zes gedichten; een  willekeurige keuze  uit  36 gedichten van 6 tieners  verzameld in de bloemlezing :De Rijkere Stad


Ik hol nu
naar de rivier
zo onhoorbaar
snelstromend
dichtbij
en waar
aan de oever
de veerman
weer niet
op me wacht.                  ( Marco)

Slaperig, nauwelijks uit bed
Snakkend naar je eerste sigaret
Haast je je door de gangen
Beheerst door een hartstochtelijk verlangen
Naar die goede, oude school.               ( Eric B)


Oneindig
beklim  ik
de ladder,
reikend

Zwak
uiteindelijk
zak ik
door de brug

Maar m’n val
wordt gebroken
door m’n geheugen.  ( Tim Erik v. P.)

Doolhof

En telkens weer denk ik:
Ik ben er
en telkens weer blijkt
dat ik me vergis.
Telkens weer blijkt
dat ik voor een raam sta
en niet voor een  deur.
Ik zie wel de bliksem
maar ben haar niet.
Ik zie wel de storm
maar voel haar niet
Ik zie wel de maan
 maar ze kust me niet.
Want telkens weer blijkt:
Ik sta voor een raam
en niet voor een deur
Ik sta voor een raam
 en kijk toe.            (Petra de B.)


Samen
jouw kamer
kaarsen doven

Een drankje
Rolpatroon
Lichte angst.

Muziek!
Romantiek?
Je moet me geloven

Voorlopig
duurt vriendschap
’t langst               (Marianne W.)

Musical ‘81

De regen
deed de stormende
vlagen van geluk
van me afstromen
zodat ik niet barstte.
Alleen binnenin
bleef een verdraagzaam
maar intens gloeiend
gevoel van eenheid,
tevredenheid
en de regen
kletterend in het ritme
van de na deinende muziek
in m’n hoofd.
De regen
ze verborg m’n tranen.      (Ruby H.)



woensdag 15 november 2017

de geur van vroeger






Haar lichtroze bloemen hadden de geest
gegeven: 't was onzegbaar mooi geweest.
Wat bleef; de geur van voorbije dagen,
aan een tijd van onuitgesproken vragen.

Vergankelijkheid in een vaas geschikt
Hevig verlangen dat haar wonden likt.
Eens was diep herkennen nog ’t meest
een blij en aandachtig ingetogen feest.

zo zat ze voor hem in de klas en rozen
op haar wollig truitje schenen als de zon.
Waarom toch had 't lot haar uitgekozen,
en wou het samenbrengen wat niet kon.

Zij verlangde steels naar het verre licht,
hij droomde van zijn levenslang gedicht.

©c.u.

woensdag 25 oktober 2017

Het lied van de ongelukkige kapper ( een duet voor twee heren)



Mijn oude vriend met jou kan ik wel praten
het leven heeft ons in de steek gelaten
Ik raakte mijn dans - Marieke kwijt
En ik verloor mijn beste vriend
ik kreeg ook veel narigheid
kreeg wat ik had verdiend

vrouwen en mannen van al die mooie plannen
kwam zogezegd haast nooit meer iets terecht gekomen

Mijn beste vriend met jou mag ik wel praten
't geluk heeft mij te vaak alleen gelaten
Ik haalde mijn diploma's niet
werd geen goeie regisseur
dikwijls had ik veel verdriet
en ik stond voor een dichte deur

vrouwen en mannen van al die fijne plannen
kwam zogezegd haast nooit meer iets terecht

    
Mijn goede vriend met jou wil ik wel zingen
ons leven geeft ons veel herinneringen
beleefde soms een mooie tijd
werd toen maar een hairstylist
ik zag ons bedje al gespreid
mijn kansen vaak gemist

vrouwen en mannen met al die schone plannen
komt zogezegd haast nooit meer wat terecht

Mijn jonge vriend met jou kan ik wel spreken
het leven gaf ons samen ook gebreken
Ik raakte mijn geliefde kwijt
en ik zat met mijn handen in 't haar
ik dacht niet aan de eeuwigheid
en ik dacht steeds alleen aan haar

vrouwen en mannen van al die wilde plannen
komt zogezegd haast nooit meer wat terecht

© cu/ & J. de koning

vrijdag 13 oktober 2017

Een rustig plekje





Bij opa hing de romantiek
aan het behang: een meisje,
een brug, zwanen in een beek.

Dat was; waar hij met oma
dagelijks naar keek maar
toen zij van zijn zijde week,
niets meer eenvoudig leek,
had hij zich boos verhangen:
hij kon niet leven met verlangen.

De litho of gravure verhuisde
toen naar andere kamermuren.
Daar kijken vreemden nu
naar hun liefelijk tafereel.
Die missen dan een deel.

En ook wordt daar boven
door opa stil gevloekt
omdat niemand nog
eens zijn graf bezoekt.
©c.u.