donderdag 31 maart 2016

Dorpsfeest en liefde





Het was laat in de middag toen Corrie de straat in fietste waar zij en haar man  woonden. Kees was met het eten bezig. Hij hoorde de voordeur niet. De afzuigkap stond in de hoogste versnelling. Het ding was kapot, maakte herrie, de keuken stond vol damp.
In de woonkamer overzag Corrie de miniravage die een  theevisite of een ander onverwacht bezoek soms teweeg brengt. 
Op tafel stonden kopjes, wijnglazen, een asbak met een paar  half opgerookte sigaretten en er lagen wat foto’s. Ze gooide het Veluws dagblad dat ze uit de brievenbus plukte op tafel en pakte een foto op. Kees in een overmaatse geel verschoten regenjas. Hij droeg een bruine armband om de linker bovenarm en keek heel boos, naast hem stond een bleke jongen met grote stuiterogen.

‘Ik ben thuis,’ riep ze naar de keuken. Kees dook op, hij zag er verhit uit, gaf een zoen, vroeg wat ze drinken wou.
‘Doe maar fris, sinaasappelsap of cola, geen wijn’, ze wees met een zwaai naar de tafel met stille getuigen. ‘Aafje de Ronde is er geweest, je weet wel van de ulo, ze wordt receptioniste bij ons op school.’
‘ Leeft die dikkerd ook nog. Zo te zien was het gezellig. ’
‘Ja we hebben foto’s gekeken.’
‘Dat zie ik, samen op de bank, wijntje erbij. Heb jij soms ook gerookt!’
‘Je denkt toch niet dat ik met Aaf…. Ze is trouwens niet zo dik meer’ Kees verdween naar zijn dampend fornuis. Bracht de gevraagde frisdrank.
‘Wat sta je toch bespottelijk op deze foto!’  
‘Die jongen naast mij leeft al lang niet meer. Hij leed aan epilepsie. We waren daar een soort ordedienst. Er was feest, markt en kermis. Maar ik ga  met  m’n eten verder anders loopt het uit de klauwen.’

Ze kende die foto. Het verhaal erbij had Kees haar en hun vrienden  in telkens ander toonzetting vaak gedetailleerd uit de doeken gedaan.
Jongens droegen in die tijd kleurloze regenjassen waarin later  potloodventers afgebeeld werden. Kees en  Freek, de zoon van de slager hadden een bruine band om de arm en keken streng. Mensen die geen kaartje hadden mochten ze staande houden.
Freek leed aan epilepsie. Hij sloeg regelmatig zijn blonde, witte kuif opzij en als de frequentie van die veegbeweging hoger werd, was dat het sein dat er een aanval kwam. Hij hoorde dan niet wat je zei, viel, begon te spartelen, met de ogen te draaien, kreeg schuim op z'n mond en raakte buiten bewustzijn.
Hij kon zulke toevallen overal krijgen.  Je kon dan niet helpen omdat Freek wild om zich heensloeg. Freeks vader of  diens oudere broer  moesten gewaarschuwd worden. Dat was niet eenvoudig; je kon hem niet alleen laten. Na zo'n toeval kwam hij een paar dagen niet op straat. Gelukkig kende Freek lange tijden waarin het goed ging.

Het was nazomer 1949. Freek en Kees waren controleur. Ze  kregen vaak assistentie van Karel Mosterd en Gert Smolders. Die jongens kende Corrie goed. Ze zaten immers in dezelfde klas.  Met z'n vieren maakten jacht op verstekelingen en dronken gratis limonade en appelsap met prik in de grote café- tent.
Gert en Karel vonden dat hun medecontroleurs, Freek en Kees dus, maar eens verkering moesten hebben. Ze deden geheimzinnig en zouden een paar meisjes regelen. Kees protesteerde. Freek sloeg naar z’n haar en dat kon van alles betekenen. 
Gert schepte op over zijn succes op liefdesgebied en ook Karel deed  alsof  ook hij een onweerstaanbare Don Juan was. Ze hadden stevige contacten. Marjan van de banketbakker en Riekje van de plaatselijk huisarts, die stomme trutten, zaten of  lagen met hen op alle banken in het Van Meurspark, soms gewoon ergens verstopt in het struikgewas, althans dat beweerde Karel. 
Dat Kees daar jaloers op was,  kon  Corrie zich niet voorstellen. Hij schreef haar immers liefdesbriefjes. Riekje en Marjan hadden bovendien geen oog voor hem. Aan een jongen van zo’n dorpsveldwachter begonnen die middenstandsmeisjes niet.

Feest in ‘t dorp, het bracht volk op de been; er was een soort Fancy Fair, waar je van alles kon kopen en winnen met rare spelletjes. Uit de satellietdorpjes en -gehuchten kwamen onbekende jongens en meisjes. De dorpsfanfare speelde hemel schreiende muziek. 
Ergens kon je dansen of meedoen aan stoelendans in de openlucht, zaklopen of rennen met een ei op een lepel. De herfst begon al een beetje en in de warme avond kwam de schemering iedere dag wat vroeger.
Kees vond het lullig dat ze Freek aan een vrouw wilden helpen.  Hijzelf was niet in de stemming voor iets nieuws. Corrie snapte het wel. Meer dan een jaar had hij geduldig achter haar aangelopen. Ze kreeg van hem wilde rozen of bloemen die hij gestolen had uit de tuin van de notaris. Ze liet zich trakteren op ijs en ranja.
Hij schreef  dat hij haar miste, haar donkere lach en de raadselachtige dingen die ze zei als hij met haar mocht wandelen, ‘Ik leid u langs grazige weiden’, Ze spookte dag en nacht in z’n dromen. Dat schreef hij

Op Corries gezicht speelde een binnenpret glimlachje. Ze dronk wat cola, nam wat pinda’s uit een van de bakjes op tafel.
Aan het eind van de lange schoolvakantie bracht hij de zaak in een stroomversnelling.  Ze kreeg een lijvige brief waarin hij een soort ultimatum stelde. Gert Smolders speelde voor postbode. Dat was stom.  Die las de brief stiekem, maakte plagerige opmerkingen en probeerde haar te versieren toen ze hem na een week in het plantsoentje naast de school een antwoordbrief voor Kees meegaf.  Ze schreef dat hij al wat ouder was en een klas hoger zat, dat zij nog zo jong was, eerst de school moest afmaken, nog van het leven wou genieten. 
De foto waarom hij vroeg, kreeg hij niet.  Op de enige foto waar ze goed op stond was ze gefotografeerd samen met de zus van Lisette Meester.En hij had toch nog de schoolfoto waar ze allemaal op stonden.

Wel wilde ze een laatste ontmoeting met hem. Ze  had een plek afgesproken tussen E. en H. bij een groot landhuis. 
Op een stille zondagmorgen zagen ze elkaar op dat punt halverwege hun dorpen.
Hij stond er al; wat ineengedoken bij het hek van een weiland en zei: ‘zo was je daar’, of iets van die strekking.  Hij begon nerveus te praten, probeerde haar over te halen, was welbespraakter dan ooit. 
Ze hield voet bij stuk. Het voorstel om samen als afscheid een lange fietstocht in de omringende bossen te maken, vond ze  goed. Ze waren aardig voor elkaar, fietsten kriskras door de Renderklippen. Nadat hij nog een poosje onzeker verlegen verdrietig naar haar gezicht had gekeken, namen ze afscheid. 
Ze reed de Dellenweg af naar huis en vroeg zich af waarom ze naar die afspraak gekomen was, terwijl toch alles  voorbij was.  Ze keek na een poosje om. 
Hij stond haar  ginder in de verte van de weg nog na te kijken. Was er misschien ruimte voor een sprankje hoop.  Wanneer hij later dat jaar nog eens in de pen klom. Dan moest hij Karel  als tussenpersoon  vragen en niet Gert. In gedachten en vol twijfel was ze de spoorwegovergang vlak bij haar huis gepasseerd.
©c.u.
vervolg van   Verhoor in de schemering                                                      

zondag 27 maart 2016

De geest uit de fles






De regen klettert tegen de ramen; de wind rukt aan het schoolgebouw; half Nederland staat onder water. De ochtendpauze is net voorbij. De tafel waaraan de collega’s zaten, is een slagveld.
Ik heb een tussenuur; zit alleen in de docentenkamer. Ik ben moe, heb gebrekkig geslapen. In een droom tegen het eind van de nacht kreeg ik te maken met een klas die al maar groter werd

De deur gaat open. Met driftige pas komt Magda binnen; ze heeft een fles in haar hand. Ze geeft ook Nederlands. We werken in hetzelfde lokaal.
’ Zo zit je weer te suffen,’ zegt ze, zet de fles voor m'n neus en vraagt:’ Weet jij wat hier in zat?’
‘Ja, wijn,’ reageer ik onzeker.
‘ Nee, urine, het stonk, ik ging zowat over m'n nek, wanneer heb je de planten voor het laatst water gegeven,’
Ik weet het niet; planten hebben het bij mij niet zo goed.
‘Een of andere jongen heeft in die fles gepiest; dat is toch belachelijk, zoiets doe je toch niet, dat is goor.’
‘Het is mijn schuld niet,’ zeg ik.
Mopperend gaat ze weg. De fles blijft staan.

Buiten heeft de zondvloed vrij spel. Ik denk na over het urinevraagstuk. Die fles waarin ooit Casillero del Diablo zat, staat in onze klas gewoonlijk links vooraan in een hoge vensterbank. Af en toe, vaak met grote tussenpozen, krijgen de bloemen water. Is de fles leeg dan geef ik een leerling die naar het toilet wil opdracht hem te vullen.
Geen haar op m 'n hoofd heeft er bij stil gestaan dat een van mijn trouwe pupillen mijn bedoeling niet heeft kunnen begrijpen.
In alle klassen inspecteer ik de rest van de dag de jongensgezichten; ze lijken allemaal onschuldig. Na de les rijd ik met mijn gele Dafje naar huis.
Thuiskomend van m ‘n enerverende schooldag, zie ik een grote blonde vent in een bontjas in de brandgang met mijn twee buurmeisjes smoezen. Het is Pieter; uit 3mavo. Eigenlijk moet ik de meiden waarschuwen, want dat joch is onbetrouwbaar.


Plotseling weet ik hoe het zit met die stinkfles van Magda. Het moet gebeurd zijn in die verknipte 3mavo-klas. Pieter zit daar links voor aan. Pieter is een boef. Wanneer er in de stad een etalageruit sneuvelt, heeft hij nieuwe kleren aan.
Achter hem zit Maria Koetje. Ze heeft een stevige borstwering en Pieter kijkt daar de hele dag met grote belangstelling naar. Hij heeft iets dierlijks of wreeds in zijn gezicht. Wanneer hij wat vraagt, maakt hij een kwakend geluid. Ik mag hem niet, niemand moet hem trouwens en de rector wil hem na één gesprek nooit meer zien.! Alleen met Maria klikt het. Ze draagt soms ook mooie dingen.
Vorige week moest hij onder de les naar de wc’ Neem gelijk die fles mee,’ zei ik .
‘ Wat moet daar in,’ kwaakte hij.
‘ Dat weet je best, ‘bromde ik. Na een tijdje kwam hij terug.
‘Mogen de planten nu water hebben,’ wilde hij weten.
‘ Nee,’ zei ik,’ die moeten nog geduld hebben, ga maar gauw aan je werk.
Iedereen was met een opstel bezig. Het was rustig in de klas, papier kraakte en pennen krasten, Pieter snaterde af en toe, Maria kwam vertrouwelijk bij me staan, moest iets weten over d's en t's.
Ik voelde me voldaan; wat was het leven van een docent soms toch genoeglijk. Pieter keek met een liefdevolle blik naar de fles schuin boven hem en vroeg:’ Moeten die bloemen geen water, weet u het zeker?
‘ Ja,’ knikte ik,’ werk maar door.’
En even later:  ‘Meneer, deze plant is wel beetje erg droog, vindt u ook niet?’
‘ Dat is een vetplant, joh, die kan dagen zonder.’
Wat had die jongen , anders lette hij alleen maar op 't ronde meisje Koetje.

Pieter van de boevenklas 3 mavo….het kwartje van de pisfles is gevallen.
Magda heb ik niks verteld.
Links bij het raam staat nu een gietertje.
©.c.u.
( uit Bladerend in Oude Agenda’s)
 woensdag 13 december 2006 16:29 door cor3306

vrijdag 25 maart 2016

In het zwembad




woensdag 2 december 2009 11:03 door cor3306
Een schools opstel van ongeveer 50 jaar geleden. De leraar vond het maar niks. Hij  maakte de fout het in de klas voor te lezen en dat gaf veel hilariteit.  Daarom werd het een zeven min. 
Hij vond het een beetje overdreven en gewild grappig, vond dat er wel aardige passages in zaten. Hij snapte niet dat zijn leerling de draak stak met de vervelende saaie onderwerpen die hij  vaak opgaf zoals: Op de Schaatsen, In de Schouwburg, Grootmoeder vertelt, De Stad slaapt en Fietsen leren.

In het Zwembad
Waarde lezers en lieve of minder lieve lezeressen als u bovenstaand opschrift leest zullen de meesten van u reeds allerlei heerlijkheden in de gedachten komen, zoals bijvoorbeeld: zwemmen, duiken, zonnebaden en niet te vergeten pootjebaden.
We zullen het deze keer niet over het zwembad hebben; maar over de bezigheden die men er kan verrichten, wat er zoal voorvalt, wat men er vindt, kortom alles wat er gewoonlijk in het zwembad valt te beleven. 
Voor diegenen die nog nooit een zwembad hebben gezien of die slechts weinig van zo’n instelling afweten, zullen we in het volgende nummer een uitgebreider artikel plaatsen.
 
In het zwembad, wat ziet men in het zwembad! Wat valt er te beleven? Behalve springplanken, kleedkamers e.d. ziet men in de eerste plaats, al naar gelang het seizoen meer of minder mensen in het zwembad. Dieren, uitgezonderd vissen, worden er geweerd. 
Schrijver heeft dan ook nog nooit een hond of een ander dier in het zwembad zien ploeteren. Het is tenminste verboden, hoewel natuurlijk ook hier uitzonderingen de regel bevestigen. In vele natuurbaden zijn echter wel vissen gehuisvest, bv. Goudvissen,  edel karpers, enz.  
In het zwembad kan men vaak van alles beleven. Belevenissen van tragische en minder tragische en van vaak grappige aard, zijn er vooral in de zomer, wanneer het bad druk bezocht wordt, schering en inslag. Er duikt bijvoorbeeld iemand in het ondiepe bad en breekt zijn nek.
 Er verdrinkt iemand die niet zwemmen kan omdat hij in het diepe gedeelte terecht gekomen is. Vooral het eerste komt nogal eens voor. 
 Als ik u een raad mag geven; ’mensen’, duik nooit in ondiep water want het is levensgevaarlijk en ‘ouders ’, let op uw kleine kindertjes opdat zij niet in een ondoordacht ogenblik in het diepe bad stappen. Laat uw kinderen vroeg zwemmen leren, zij zullen u er dankbaar voor zijn. 
Natuurlijk zijn er ook grappige voorvallen, bijvoorbeeld iemand die zichzelf heel voorzichtig te water laat. Zulke voorvallen zijn er duizenden. Men zou er een boek over kunnen schrijven en daarom zullen we er maar niet teveel over uitweiden want dan zouden we met plaatsgebrek te kampen krijgen.
  
En nu komen we bij een belangrijke passage n.l.:Wat doet men in het zwembad? Over het geheel genomen gaan de mensen  bijna allemaal met hetzelfde doel naar het zwembad, namelijk om te genieten van het koele water en om lekker lui in het zonnetje te liggen. 
Vooral wanneer het zomers warm is, worden de zwembaden druk bezocht. Velen laten zich door de zon hun huidje lekker bruin of rood branden. Maar ook hier zijn nadelen aan verbonden, maar daarover een andere keer. 
Velen zowel kinderen als ouderen spelen spelletjes met een bal hetzij in het water hetzij op het strand, kortom men kan zich er op allerlei manieren vermaken, bovendien is zwemmen een gezonde sport en daarom verdient het ook de sterkste aanbeveling.

Daarom liefhebbers van zwemmen, van duiken, van pootjebaden, van zonnebaden en van luieren, raad ik u aan: ’Neemt in de komende zomer een duik in het koele water. Ook niet-liefhebbers trekt de stoute schoenen aan. Het is thans nog wel wat koud, tenminste voor natuurbaden, maar probeert u het eens.  
Nu moet u niet denken dat dit een reclamestunt is, want daar is schrijver een principieel tegenstander van. Nu zou ik nog wel een boek vol kunnen schrijven over ‘In het Zwembad’ over dingen die er gebeuren en die er niet gebeuren moeten, maar daarover een andere keer.Hij geeft u alleen een goede raad. 
©c.u.

donderdag 24 maart 2016

Spinnen en drugs



Bovenkant formulier
Ruim vijf jaar geleden schreef ik  dit op het Volkskrantblog dat toen nog bestond


vrijdag 14 januari 2011 13:22 door cor3306

‘Albert Heijn overleden’, kopt de krant in de rechterbovenhoek. Daarnaast ‘Vreugde onder de Tunesiërs’. Het een heeft niets met het ander.  
We  zijn op 14 januari van week 2 aanbeland. De Voetnoot van Arnon heet Instinct. ‘Hoe langer de man hoe meer hij verdient’, schrijft hij. Iedere 2.5 cm betekent 7000 euro meer op jaarbasis.
Meneer Heijn heb ik nooit ontmoet, maar hij zal een reus geweest zijn. Zelf ben ik een kort mannetje, bovendien met pensioen en de krimp zit erin. Mijn ontbijt  omvat 1 kopje Nelson thee, 1 ei, knäckebröd en beschuit. De grijze kliko heb ik  naast de Kinderopvang op z’n plek bij de weg gezet, want het is vuilophaaldag. Opnieuw is het regenachtig en uitermate somber.
 
De Volkskrant maakt ook niet blij. Pagina 2 en 3 gaan over kindermishandeling. Giphart ’s stukkie ernaast behandelt Dierenporno via Nederland. Dat bericht is een hoax.  Verderop praat Jean Pierre Geelen over Rutte die via Twitter vragen van het volk beantwoordt. Mark beschouwt Nederland kennelijk als een schoolklasje met tieners,  hij spreekt ons  aan met jullie.
Terwijl ik  doorblader vertelt het NOS journaal achter mij- daar staat mijn stereotoren-  dat Albert Heijn dood is, dat het huiselijk geweld toeneemt en dat de autoverkoop zich herstelt.
Ik leg de krant weg, begin met mijn hometraining. Op mijn oude kringloop Kettler trap ik er lustigjes op los; 3.1 km in 10 minuten alsof het niks is.
In tussen brengt de bezorgster van Sandd een Postcodeloterij- brief : ‘U hebt nog 5 dagen om uw cheque te verzilveren. Laat ze het heen en weer krijgen met die wurgreclame! Inmiddels is het al 10.45 u. Vandaag wordt het niet licht meer.
Er hangt een natte dweil over de stad.
 
Lezen dan maar; ik pak Bizarre Wetenschap een boek met columns en stukjes  door  Reto U Schneider.
Het boek valt open bij gedrogeerde spinnen die hun web om 4 uur ’s nachts weven, doen ze altijd rond die tijd, dat is vaste prik. De onderzoeker wil  dat de spin speciaal voor hem op een later tijdstip gaat spinnenwebben. Met suikerwater voert hij ze drugs. Dat brengt geen verandering in het weef uur, wel heeft het invloed op het web patroon. Het meest chaotische  web ontstaat onder invloed van cafeïne, het mooiste door marihuana en het regelmatigste na gebruik van LSD. De man die de proeven in 1956 deed heette Peter N Witt, bepaald geen nitwit dus.
 
Zo’n boek is geen echte pageturner, want af en toe moet je bij  komen van dat bizarre en absurde gedoe, want je stuit op titels als: Orgasmen aan de lopende band, De Levende Hondenkop, Lijken in de moestuin, In iedereen zit een vandaal. De Aap in de Spiegel  en Opgewonden voor het Verkeerslicht.  Bij ’t laatste steekt een studente met een flink bos hout voor de deur in een minirokje de straat over. Normaliter wordt er driftig getoeterd  en gefoeterd als een auto bij groen niet  optrekt.
De psycholoog Robert Baron wou met dit experiment onderzoeken of het agressieve geclaxonneer  afnam.  
Voor de relevantie  steken  er behalve de seksbom successievelijk ook , een man op krukken, een clown en een gewone student over. De uitkomst is even verrassend als voorspelbaar. Ja, zoiets leest lekker weg op een extreem trieste januarimorgen, als de was op de verwarming te drogen hangt en de rest van de dag geen enkel perspectief lijkt te bieden.
©c.u.
 


 

 

zaterdag 19 maart 2016

Verhoor in de schemering



Onwerkelijk donker leunde schimmig tegen de ramen. Het kon middernacht of tegen de morgen zijn. Het stille politiekantoor was in schemer. Er  flikkerde een kapotte Tl-buis.  Op het bureau stond een lamp waarvan de kap wat omhoog, zodat kin en mond van een ondervraagde verlicht werden. In de schaduw tegenover hem zat rechercheur Gerbrand Bakker. Diens gezicht stond op onweer.
‘Je aantekeningen heb ik weer eens gelezen. Die hebben niks niemendal met je  ongeloofwaardige wandeltocht langs de grens van Nederland uit te staan.  Het verhaal gaat over iets anders. Je hebt een kort bericht gelezen. Er zijn mensenresten gevonden in een zandgat en  Jij wil uitzoeken wie die de dader is. 
Dan krijgen die geraamten  namen  opgeplakt van twee vroegere klasgenoten waar je  nog altijd  een hekel aan hebt en leeft je uit met allerlei weerzinwekkende anekdotes. Meneer Karel Mosterd gaat er een soortement Wie-heeft-het-gedaan verhaal van brouwen. De lezer mag raden of de chauffeur, de tuinman of een van de klasgenoten schuldig is.’

Gerbrand Bakker kwam op stoom, verstelde de verhoorlamp iets. Het gezicht van  zijn verdachte baadde nu in fel licht.  ‘Ja kijk maar niet zo onschuldig’, brieste hij
‘Met dat gezeur over die voettocht wordt ons zand in de ogen gestrooid.  De omtrek van ons land is, laten we eens zeggen: 1800 kilometer. Gemiddeld loopt een wandelaar misschien  20 kilometer.  Een rondje Nederland duurt zo  wel een maand of drie. 
Als het weer slecht is kom je geen stap verder. Dagenlang  zit je in de regen in een tentje en als de recreant verder wil, moet eerst die tent droog zijn. Besef je wel hoe zwaar een natte tent is. Nee natuurlijk niet.
Dat je een van eiland naar eiland vakantietocht maakt, geloven we graag en dat na Schiermonnikoog  even Borkum en Norderney erbij gepakt wordt, snappen we best, maar dan verdwaal je en komt per ongeluk bij Loppersum  in de trein terecht. 
Van Garsthuizen naar Groningen ben je  als we dat gekrabbel in je boekje serieus moeten nemen bijna drie maand onderweg. Spekman wordt helemaal gek van die babbels. Hij zit nu ziek thuis.’

In de verte  klonk  drie maal de klok  van de Martinitoren. Karel verschoof onrustig op z’n stoel. Hij kreeg het warm, z’n mond was droog, hij voelde aandrang.  Schor hakkelde hij:’ Mag ik  naar de wc. Ik heb dorst. Mijn mond is droog.’
Nee daar was geen sprake van. Bakker liet delinquenten nooit alleen. Er was niemand die een glas water kon brengen, iedereen had zich ziek gemeld.
 ‘Met een stalen gezicht verkoopt de heer Mosterd hier op het bureau baarlijke nonsens en probeert de politie  in Groningen belachelijk te maken.  Volgens  de notities  staat meneer de journalist in mei van dit jaar voor een gesloten overweg  in Loppersum te wachten en hij valt half augustus in handen van de spoorwegpolitie op het Noorderstation. 
Wat is er in de tussenliggende periode gebeurd. Mosterd wil ons toch niet vertellen dat hij al die tijd voor dichte spoorhekken heeft staan wachten.’

Bakker zweeg even. Hij bladerde in het kartonnen schrift. Karel transpireerde hevig. Hij kreeg kramp in de benen van het stilzitten Het was in het holst van de nacht en die rechercheur trommelde  maar met zijn vingers op het tafelblad, zijn ogen schoten vuur, hij was nog lang niet klaar met die krantenman.
‘Spekman is er vast van overtuigd dat er met de vrouw  van de ansichten een gesprek is geweest. Niemand neemt zo maar de post van een ander mee. Ook moet je op Vlieland  een zekere Kees Kriele interviews afgenomen hebben. In het overzicht van jouw in klad beschreven belevenissen, laat je de man voortdurend aan het woord. 
De gestelde vragen zijn weggelaten, allerlei woorden  en zinnen zijn  de geïnterviewde in de mond gelegd.  Hoor je soms stemmen in je hoofd, die je al die gekheid influisteren. ’t Kan daarom ook  best zijn dat Kriele een verzonnen naam is. Per slot van rekening staat het voor ons vooralsnog niet vast dat jij Karel Mosterd bent. Besta je dus zelf ook niet. 
Trouwens wie heet er nou Mosterd. Als je nou toch een schuilnaam nodig hebt waarom dan geen: Peper, Olie, Azijn of Kaneel. Karel Kruidnagel ligt ook goed in ’t gehoor.’

Gerbrand Bakker lachte hol.. Hij  begon als een gekooide leeuw door het politiebureau op en neer te lopen. Opeens sloeg hij met de vuist op het grote bureaublad. Uit het niets toverde hij Karel ’s rugzak tevoorschijn, gooide die naar hem toe.
‘Wil je even controleren of al je spullen er zijn.  Je wordt ontslagen. Ik zet je opstaande voet op straat. We gooien je d’r uit. Ik handel in de geest van Spekman’
Hij trok een la open en gooide de browning op tafel.
‘Hier heb je dat klapperpistooltje ook terug. Je zult het nodig hebben als je straks duister Groningen ingaat. Het kan nog wel eens slecht met meneer Mosterd aflopen!
Oh ik zie het al helemaal voor me. Jij komt in de frisse buitenlucht. Je loopt dicht langs het vuile water van de Spilsluizen en de Turfsingel. 
Voorbij de stadsschouwburg  moet je nodig, je doet een misstap  en valt in het Schuitendiep. Er is geen sterveling op straat. Niemand kan je helpen.’

Met een schok zat Karel rechtop in zijn gevangenisbed. Het duizelde hem, z’n voorhoofd gloeide, het hart bonkte. Hij rilde. Een tijdlang lag hij steunend op een elleboog in het dwarrelende donker te staren.
Toen hij de volgende morgen zijn ogen opendeed, stond zijn ontbijt al op het tafeltje. Zijn hoofd deed zeer. Zin in eten had hij niet. Hij viel weer in slaap. Van geluid bij de deur schrok hij op. Agente Geeske stond in de cel. Nee, dromen deed hij niet.
©c.u.
Vervolg van Ansichtkaarten