dinsdag 27 februari 2018

Reminiscentie




Reminiscentie

In de  fluisterstille morgen filtert het sleepnet
van de taal een mix van letters woorden zinnen
voor 't nichtje dat mijn genegenheid tolereerde,
hetzelfde water zag maar niet wist wat ik dacht.

Met wie ik in daglichte dromen haasje over speelde
ik weet een kleur die jij niet ziet, het was karmozijn.
Ze wees naar het gras en de kleur van‘t rijpe koren,
vroeg wat: zei je nou, ik kon het zo goed niet horen

Schelpen sprongen 3 keer over spiegelend glad water,
later dacht ik,gaan we trouwen.Vrolijk riep ze:doe me
dat na.Ik kon kiskassen keilen en scheren wat ik wou
het ging mis door te weinig spin en onzegbare dingen.

Surfend in de wolken van ’t internet, geeft nu, geen enkel
spoor antwoord nog dat ze leeft of in de eeuwigheid speelt.
©c.u.

zondag 25 februari 2018

Tintelingen




Tintelingen

Dooie tintel- vingers van de kou hoe lang
nu was 't al geleden dat wij hand in hand
in de winteravondschemer samen baantje
gleden vingers elkaar troostend streelden.

De logistiek van stil geluid Toen we opnieuw
de aanloop namen in smal straatlantarenlicht
verloor jij het evenwicht  ging ik genadeloos
onderuit, die winter decennia terug in onze tijd.

De glijbaan was spiegelspekglad hard  ik verging
van de pijn maar hield me als koele kikker groot,
zei bij je bezorgde blik:‘Valt mee ik ga niet dood.’

Mijmeringen op een  vroege ijskoude februaridag.
Onderweg met een vijfwielscootmobiel luisterend
naar muziek op Spotify in je eigen privé poolklimaat.

©c.u.


dinsdag 20 februari 2018

Herdersspel





Herdersspel

Dat zij uiteindelijk verworden zou tot wat
spelende vingers in de luwte van het land,
fluistergedachten in de vroege zee rondom
een  schip dat langzaam klom uit de horizon.

Ongewild ging ze in mijn universum wonen
koos zo voor altijd domicilie in mijn dromen
was ’t illusie haar ster alleen nog onderweg
die ik probeerde met woorden op te vangen.

Op een stoffig en beschadigd toetsenbord
zoek ik de letters bij haar stralende gezicht
geef het  leven van toen en later onderdak.

Maar met de tijd verdwijnt zij in het decor
laat mij ‘t spel van attributen en figuranten:
een herdersspel  geteisterd door verlangen.
©c.u.



 

donderdag 15 februari 2018

Impasse




Een stoel is maar een gedachte
de tafel en de lamp er boven ook.
Het weer gaat vandaag niet voor
goud de wereld is nu waterkoud.

De wind maakt wegwerpgebaren.
Het land loopt om de wolken heen.
Bitterkoekjes hangen in de bomen,
gedicht wellicht driedimensioneel.

Je zit aan het ontbijt ,er ligt een rimpel
op de melk, uit de duivendatsja klinkt
gekoer ‘t carnaval is tenenkrommend.

Pen potlood staan stuurloos op papier,
verticaal, ze vallen niet schrijvend om,
vanuit welk perspectief je ‘t ook bekijkt.
©c.u.


donderdag 8 februari 2018

‘Op volle toeren’




‘Op volle toeren’

Voor het venster bloeit en schittert
de rode kerstster nu in blessuretijd
Op de achtergrond kraakt of knettert
een schuurmachine ritselt het soms.

Een kolonie militante reuzenmuizen
die de boel uitbundig op stelten zet
terwijl’t landschap van de tv muzikaal
vol op sterkte in de eindeloosheid reist.

Waar alles kleiner wordt en in het niets
verdwijnt alleen ‘t lawaai te horen blijft
de bij of aardhommel die zoemt en bromt.

‘Buurman majoor Tom boort en schuurt
terwijl ik lezen wou ‘In Einstein’s achtertuin’.
moest hij ‘t universum zetten naar zijn hand.

©c.u.