Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen

vrijdag 19 januari 2018

Sein op rood





Er mag dus niet van mij
gehouden worden zei ze
‘t moet nu afgelopen zijn;
het bloemenmeisje van
perron 7 waar elke dag
m’n reis eindigde en begon.

Eens zat ze in dezelfde klas
de tijd dat alles nog zo mooi
 en ook onvoorspelbaar was
‘t bloemenmeisje bij de trein
die vertrok van het 7e perron

Vroeg in de morgen begon
daar haar snijbloem- leven
maar niemand mocht meer
had ze me zakelijk uitgelegd
wat kwam er van ons terecht

Misschien kon een storm nog
Als toen wat vertraging geven
ging er weer een wissel om en
schonk ze ‘t sein van lentegroen.
©c.u.

vrijdag 8 september 2017

het liedje van de rozen





Haar witte bloemen hadden de geest
gegeven: het was wel mooi geweest.
Wat bleef; een geur aan eerder dagen,
de tijd van onuitgesproken vragen.

Vergankelijkheid in een vaas geschikt
Het verlangen dat haar wonden likt.
Eens was diep herkennen nog ’t meest
een ingetogen en aandachtig feest.

Ze zat voor hem op school en de rozen
van haar witte trui schenen als de zon.
Waarom had het lot toch haar verkozen,
wilde het samenbrengen wat niet kon.

Zij verlangde steels naar ’t verre licht,
hij dacht aan zijn levenslang gedicht.

©c.u.

dinsdag 3 februari 2015

Drie brillen




Boerenerf in de omgeving van Onnen

Drie brillen

3 brillen wil ik ook en een gratis hoortest
Liefje mijn oor en ogen zijn niet al te best
M’n  frisse zonnetje ik zie je niet schijnen
er schittert minder licht langs de gordijnen.

Regen hoort toch kristal helder te kletteren.
Als je in bad gaat moet het water spetteren.
Een irritante tv-man zegt dat vind ik nu ook.
Van zijn vette knipoog raak ik  van de kook.

Mijn Lief had ik maar een zonnebril op sterkte
 woorden in mijn oor via een knopje dat werkte
we konden elkaar zo goed bekijken en verstaan.

Nu mis ik zoveel, kijk jij me vaak verwonderd aan
 Dan zet je Spoorloos zachter of zapt verder weg
 vraagt geërgerd waar slaat dat op als ik wat zeg.
 © c.u.

zaterdag 30 augustus 2014

Heg en Conifeer





De  dagen zonder schutting


Op een morgen waren heg en conifeer
tussen onze huizen er opeens niet meer.
Buren lachten en spraken met elkaar,
vroegen vaak ‘hoe gaat het jullie daar.’

Nu stond ik oog in oog met buurmans vrouw
maar wees gerust ik dacht echt alleen aan jou.

Samen naar het einde van de wereld gaan;
zo was dat destijds door ons afgesproken.
We hadden muur en schutting afgebroken.

Niets dat er ons dan nog tegen houden zou.
De zon zette haar zinnen op beloofde land.
Aan onze voeten kwam een weg tot stand.
Dagdromend waren we even man en vrouw.

©c.u.
 Uit de geheime bundel: “Een Rivier van Sterren”

                                                               

dinsdag 23 oktober 2012

Tussenuren

23-10-12


Samen op een bankje in het plantsoen.
We hadden een tussenuur; niks te doen.

Er was weer eens een leraar uitgevallen
Wij naar buiten het bos in met zijn allen.

Het was al  herfstig en de zon stond laag;
werd ‘ t met ons nog wat een open vraag.
Een overspannen docent bood perspectief
Met z’n tweeën zaten we daar best wel lief.

Maar als je daar zo zat te zitten wat zei je dan
Je wilde kussen en dat kwam er weer niet van.

Vaak lag het in de liefde anders dan het leek
We repeteerden toen iets van 't schooltoneel
Een regisseur riep dat zij te saggerijnig keek
en naar mij:sigaret weg, en praat niet zo veel.
©c.u